Het anodiseerproces kent vele varianten en technieken, elk met eigen voor- en nadelen. In deze categorie duiken we diep in de technische kant van anodiseren: van Type II (zwavelzuur-anodiseren) tot Type III (hardanodiseren), van elektrolytkeuze tot stroomdichtheid, en van sealing-methoden tot racking-technieken.
Type II anodiseren is de standaard voor decoratieve en licht-corrosiebestendige toepassingen. Type III hardanodiseren produceert een veel dikkere en hardere laag, geschikt voor mechanisch belaste onderdelen. Mat versus glanzend anodiseren is een keuze die al in de voorbereiding van het aluminium wordt gemaakt, niet in het anodiseerproces zelf.
De kwaliteit van het eindresultaat hangt af van vele procesparameters: de samenstelling van het elektrolyt, de badtemperatuur, de stroomdichtheid en de duur van het proces. Een te hoge stroomdichtheid leidt tot verbranden, een te lage tot onvoldoende laagvorming. De elektrolytsamenstelling bepaalt mede de porositeit en hardheid van de laag.
Sealing is de laatste stap in het anodiseerproces en bepaalt de corrosiebestendigheid en kleurechtheid van de laag. Racking is de manier waarop onderdelen worden bevestigd in het bad, en heeft grote invloed op de uniformiteit van de laag. In deze categorie vind je ook artikelen over kwaliteitscontrole, veelgemaakte fouten en hoe je die oplost.



Volg ons op social media